Aantekeningen


Treffers 51 t/m 100 van 27,915

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 ... 559» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
51 "Kroniek van het geslacht Haselhoff", A. en J.H.A. Hazelhoff, 1992
Hij sluit in Blijham op 8 april 1629 een huwelijkscontract met Trijntje Herens.
Getuige van Else Hemkens: Hemke Engels (vader)
Getuige vn Trijntje Herens: Hidde Geerts (stiefvader), Beelcke Hiddens (moeder), Tonnis Ludolphi (oom) 
Gezin: Else Hemke(n)s / Trijntje Herens (F1578)
 
52 "Kroniek van het geslacht Haselhoff", A. en J.H.A. Hazelhoff, 1992
huwelijk eind dec 1650-jan 1651 vermoedelijk te Wedde
hc Wedde 27-12-1650 
Gezin: Albert Tiddens / Magdalena Saxenhausen (F2499)
 
53 "Kroniek van het geslacht Haselhoff", A. en J.H.A. Hazelhoff, 1992
Jantjen Elses sluit 6 maart 1654 in Blijham een hc met Jacob Claessen uit Wedde 
Gezin: Jacob Claessen / Jantjen Elses (F833)
 
54 "Kroniek van het geslacht Haselhoff", A. en J.H.A. Hazelhoff, 1992
Trijntje Herens sluit hc op 25 februari met Roelf (Roleff) Bregenbeeck 
Gezin: Roelf Bregenbeek / Trijntje Herens (F594)
 
55 "Kroniek van het geslacht Haselhoff", A. en J.H.A. Hazelhoff, 1992
vermoedelijk tussen 1615 en 1625 
Saxenhausen, Magdalena (I4731)
 
56 "Kwartierstaat Bezemer-Boer", J. Bezemer, vermeldt ca 1695 Krimpen ad Lek Breetveld, Cornelia Jacobs (I19302)
 
57 "Kwartierstaat Bezemer-Boer", J. Bezemer; bibliotheek CBG
-Cornelis Wuyster op lijst geplaatst om aan de veldtocht deel te nemen eind 1672 geloot om 3 weken aan de veldtocht deel te nemen. (Gem.Archief Mijnsheerenland 303/1672).
-Cornelis Wuyster betaald aan de H.Geestarmen 40 gld in mindering op 200 gld.voor koop van huis aan de Mijnsheerenlandse Westdijck 1679.(Gem.Archief Mijnsheerenland) 
Wuijster, Cornelis Cornelisse (I19392)
 
58 "Kwartierstaat Bezemer-Boer", J. Bezemer; bibliotheek CBG
In 1674 "De veerpont van 's-Gravendeel over de Kille met lies ende bies daeromtrent de stad competerende is verpacht aan Arien Cornelisz Capiteyn ende Cornelis Ariens Mookhoek voor de tijt van seven jaeren, ingaende 1 januari 1674 ende uytgaende den lesten december 1680 om vi xc £ 's-jaers. In 1695 werde de pachtsom verhoogd tot 950☼6. De pachter was toen nog steeds Cornelis Ariens Moockhoek. Zijn concessie ging in 1698 over op Teunis Reijersz Kranendonk 
Mookhoek, Cornelis Ariens (I19535)
 
59 "Kwartierstaat Bezemer-Boer", J. Bezemer; bibliotheek CBG
Op de 12e van de Bloeimaand 1809 wordt een acte van indemniteit voor hem afgegeven van Strijen naar Puttershoek; Hij doet belijdenis te Heinenoord 25-03-1823. Hij woont in 1832 met zijn vrouw in Goidschalxoord.
Zijn vrouw Maaijke heeft een plaats in de kerk te Heinenoord Kerkbank 10, plaats 4 en betaalt daar 1 gulden per jaar voor.
Marinus tot diaken gekozen 07-12-1837, maar hij aanvaardt verkiezing niet.
In 1841 Marinus met attestatie van Heinenoord naar Klaaswaal
In 1855 heeft hij attestatie van Mijnsheerenland. Archief Klaaswaal 
Bezemer, Marijnus (I15017)
 
60 "Kwartierstaat Bezemer-Boer", J. Bezemer; bibliotheek CBG
overleden Heenvliet ca 1723 
van Rij, Jaapje Willems (I19280)
 
61 "Kwartierstaat Bezemer-Boer", J. Bezemer; bibliotheek CBG
Wouter Bezemer soldaat 9e infanterie te Strijen vrijgesteld van ezcercitie (1827) 
Bezemer, Wouter (I15032)
 
62 "Kwartierstaat Roodnat-Hoek", A. Bothof, Oegstgeest 2009; www.hogenda.nl
Zij woonde in de Geer onder Ouderkerk a/d IJssel.
Deed een grondkaveling in 1521. Vermeld in de tiende penning 1543, 1553, 1559. 
Neelken (I21799)
 
63 "Kwartierstaat van mevrouw L. Baerts-Oskam", L. Baerts-Oskam e.a.; Ons Voorgeslacht 2005, nr 566 Cock, Leendert Woutersz (I16836)
 
64 "Lakerveld, Oud Rechterlijk Archief 1604-1779", H. de Bruin; databank Ons Voorgeslacht
12-8-1647 testament Lakerveld RA.4 foto 125-127
Compareerde Neeltgen Frericksdr, ziekelijk geassisteert met mij secretaris haer gecoren voocht legateert den armen 300 gulden mitsgaders Floor Hermensz Vinck haere neef en dienstknecht de som van 200 gulden, Maijgen Fredricksdr haere zuster of deselfs dochter Aaltgen Adriaansdr hvr van Peter Tonisz van Muijlwijck of haere gesamelijke kinderen een vierdepart, mitsgaders de gesamelijke
kinderen Hermen IJmertsz Vinck bij Sijgen Frericksdr en de gesamelijken kinderen Willem Frericksz mitsgaders de gesamelijken kinderen van Willemken Frericks bij Peter Cornelisz Woesten 
Frederiks, Willempje (I21053)
 
65 "Lakerveld, Oud Rechterlijk Archief 1604-1779", H. de Bruin; www.hogenda.nl
23-11-1609 f.059
Compareerde Agata [Cornelisdr] Frederick Willemsz weduwe voor haer selve ende Hermen Egberts als gemachtigt van Cornelis Cornelisz volgende die procuratie van dd. 8-12-1608, - - Elbert van Abcoude procureur tot Vianen - - 23-11-1609 voor Aer – Cornelisz en Claes Thonisz schepenen te Lakerveld

"Lakerveld, Oud Rechterlijk Archief 1604-1779", H. de Bruin; www.hogenda.nl
2-4-1611 f.070-71 [kw.18418-19]
Compareerde voor ons schout en schepenen. Agatha Cornelisdr weduwe van Frederick Willems gesondt, testeert aen: Peter Cornelisz haer swager (schoonzoon) met Willemken (Fredericksdr) zijn huijsvrouw: Hermen Engberts Nes met Sophia (Fredericksdr) zijn huijsvrouw 200 gulden en 3 mergen mede op Scherpenswijk: Willem Fredericksz haer soon, 2500 gulden noch 3 mergen en Maria
(Fredericksdr) haer ongehuwde dochter 11 hond gecomen van Jan Gijsberts: Cornelia (Fredericksdr) haer jongste dochter 6 mergen met huijs etc. 
Cornelis, Agatha (I21055)
 
66 "Levensberigt" van Jan Willem v Weelderen (1816-1875), Dossier Fransen de Putte, NL Maris, DOSSNL055588, CBG
p 42
Van 23 tot 29 Mei 1867 hebben te mijnent gelogeerd mijn aangehuwde neef en nicht Haack van der Goes en van 11 tot 30 December mijn aangetrouwde neef Pet.

http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#page=561&accessor=accessor_index&view=imagePane&size=1010&source=6
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, P.J. Blok e.a. dl 6, 1924 
Pet, Gerrit Agricola (I4165)
 
67 "Levensberigt" van Jan Willem v Weelderen (1816-1875), Dossier van de Putte (Fransen-), NL Maris, DOSSNL055588, CBG van Weelderen, Jan Willem (I5651)
 
68 "Levensberigt", door Jan Willem van Weelderen Milar, Willem Wijnand (I3677)
 
69 "Levensberigt", J.W. van Weelderen; dossier van Weelderen, collectie Maris, NL, CBG
"Vertrok op 18 juni 1842 vanuit Indië voor enige tijd naar Nederland".
"Kwam na een afwezigheid van 4 jaren op 19 augustus 1846 terug in Indië met haar vriendin mevr. de weduwe Valckenaer. Zij namen hun intrek in het huis van haar oudste dochter, H.S.A. Milar, gehuwd met van Weelderen" 
Chatin, Wilhelmina Antonetta (I1064)
 
70 "Levensberigt":
p 40
"Mijn zwager Milar, die zich in 1863 met familie in Tjicao met der woon heeft gevestigd, is alsmede van 26 December 1864 tot 4(?) Januari 1865 ten mijnent geweest, vergezeld van zijne zoons Willem en Otto, die hij hier op het gymnasium wilde brengen en die dan ook den 2d Januari 1865 op die inrichting hun onderwijs begonnen". 
Milar, Willem Wijnand (I3678)
 
71 "Levensberigt":
p 40
Mijn zwager Milar. die zich in 1863 met familie te Tjicao met der woon heeft gevestigd, is alsmede van 26 December 1864 tot 4en Januari 1865 ten mijnent geweest, vergezeld van zijne zoons Willem en Otto, die hij hier op het gymnasium wilde brengen en die dan ook den 2e Januari op die inrigting hun onderwijs begonnen
gaat op 2 januari 1865 naar het gymnasium te Batavia

p 42
"Mijn zwager Milar was altoos van plan zijn zoons naar Nederland te zenden, voor hunne opvoeding en opleiding tot eenige betrekking, doch gebrek aan middelen daartoe was steeds een beletsel; Na zijn overlijden besloot zijne weduwe den jongste zoon Otto Milar, vooralsnog op het gymnasium alhier, naar Nederland te laten vertrekken, teneinde onder toezigt zijner grootmoeder in den Haag te worden opgeleid; Tot dat einde kwam zij met hare dochters Antoinette en Emilie te Batavia en logeerde ten mijnen huize van 17 december 1866 tot 15 januari 1867, op welken dag de familie weder naar Poerwakarta vertrok, nadat Otto Milar de reis naar Nederland had aanvaard.

Coll BvTP
A.O. Milar, Oud administrateur in de bergcultures te Klakah (Loemadjang) vroeg, (maar had het niet nodig) in 1919 een vergunning tot het handeldrijven in landbouwproducten 
Milar, Adolf Otto (I3641)
 
72 "Levensberigt":
p 43
"Van het aanwezen mijner schoonzuster, de wed. Milar, geboren Tobias, en dochters ten mijnent (17 december 1866 tot 15 januari 1867) . heb ik gebruikt om mijne aangehuwde nicht Maria Wilhelmina Antoinette Milar ten huwelijk te vragen; De daarover na het vertrek der familie gevoerde correspondentie, heeft tot gevolge gehad mijn huwelijk met haar op den 12en Juli 1867 (verjaardag mijner eerste schoonmoeder de weduwe Milar, geb. Chatin); Tot dat einde ben ik den 11en tevoren naar Poerwakarta vertrokken en den 13en weder van daar naar Batavia terug, vergezeld van mijn pasgetrouwde vrouw; Gedurende mijn aanwezen te Poerwakarta heb ik gelogeerd ten huize van mijn aangetrouwde neef en nicht van der Goes voornoemd. 
Milar, Maria Wilhelmina Antoinette (I3660)
 
73 "Levensberigt":
Vertrekt 4 mei 1851 met de "Banca" naar Nederland met haar kinderen vooreen goede opvoeding. Haar moeder Chatin (met vriendin de weduweValckenaer) vergezellen haar.
Zij zijn op 25 september 1851 in Brouwershaven gearriveerd, hebbenvervolgens familie te ter Goes bezocht en zijn 16 oktober 1851 in denHaag aangekoemn waar de familie zich vestigde in het bovenhuis vanLeijdenroth op de Dunnebierkade.

Op 2 november 1854 keert zij terug in Indië met haar zoontje Jan (methet schip Zaltbommel) De vier oudste kinderen bleven bij oma in denHaag. 
Milar, Hendrika Sara Antoinetta (I3651)
 
74 "molder tot Waalwijk" Couwenbergh, Adriaan (I13087)
 
75 "Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek”, P.C. Molhuysen, P.J. Blok e.a.; dl 4 (1918)
BURS (Jacobus), zoon van den voorg., geb. te Vlissingen 16 Oct. 1589, studeerde te Leiden (ingeschr. 31 Oct. 1609), werd 1612 predikant te Tholen, waar hij 21 April 1650 overleed. Hij was Mei 1613 gehuwd met Elizabeth van Hoornbeek (overl. 16 Mrt. 1628) en hertrouwde met Johanna Jansdochter. Hij schreef: Threnos ofte Weeclaghe, aenwysende de Oorsaken des jammerlycken stants van het Lant ende de ontheyliginge des Sabbathdaeghs, daerin byzonderlick verhandelt worden de verschillen van het onderhouden des Sabbaths ofte Rustdaechs des Christenen (Tholen, 1627); Tafel des Geloofs, in dewelcke door sekere tegeneenstellinghe blyckelyk gemaeckt wort het onderscheit, dat er is tusschen de Leere der Heyliger Schrifture, deweleke is de oude Leere door de Heylighe Apostelen geleert en de Catholycke Kerck; ende tusschen de nieuwe menschelycke Leere door de valsche Leeraars in de Kercke J.C. inghevoert en den menschen geleert (Tholen 1629); Kort ende dienstich Berecht over de aenroepinghe der Heylighen, Reliquien, Beelden ende van het Kruys (Dord. 1640); Vindex Coetus Zelandici ofte bescherminghe raeckende den coetum, gehouden in Zeelandt in den jare 1612; teghen de onghegronde erghelicke beschuldinghen van Pieter Lansberghen, nu Medecynmeester (Middelb. 1648); Expurgatio Calumniarum ofte Uytsuyveringhe der Lasteringhen en fouten uytgegeven teghens den Vindex Coetus Zeelandiae (Middelb. 1648); Goesche Stillevaegher ofte Beesem om Mr. Pieter Lansberghens Bitter-kladen af te vaegen en syne wtstekende leugenstrepen voor de derde maal oprechtelyck en naecktelyk te verthoonen (Thol. 1648).
Zie: Nagtglas, Levensber. van Zeeuwen I, 91; Visscher en van Langeraad, Prot. Vaderland I, 720; het art. Philips (1) van Lansbergen in dit woordenboek I, kol. 775. 
Burs, Jacobus (I6755)
 
76 "Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek”, P.C. Molhuysen, P.J. Blok e.a.; dl 4 (1918)
BURS (Melchior), zoon van Gillis (zie boven), geb. te Middelburg 1607, overl. 1656, studeerde te Leiden (ingeschr. 6 Apr. 1621) en werd 1623 predikant te West-Souburg.
Hij heeft op last der Classis van Walcheren een zeer nuttig boekje gschreven, waarvan in1623 reeds een tweede druk het licht zag, met teksten tot bevestiging vergroot en welks derde druk, nog met eenige teksten vermeerderd en naar de nieuwe Overzetting, geschikt met eenige korte en duidelijke aanteekeningen het licht zag, onder den titel: Kort begrip der Christelycker Religie, gestelt in Vragen en Antwoorden, tot onderwysinge der gener, die haer eerst willen begeven tot het gebruyck van des Heeren H. Avondmael, meerendeels getrocken uyt den Nederlandschen Christelycke Catechismo. Nu meermaels naerstig oversien, merckelyek vermeerdert ende verbetert, alles naer de Nieuwe Oversettinge des Bybels, niet alleen dienstig den kinderen, maer ook den meerderjarigen tot grooter ligtvan de gronden der Christelycke Religie (Middelb. 1640), na welke uitgave dit boekje nog meermalen, met octrooi van de Staten van Zeeland, herdrukt is; de Ambonsche predikant François Valentijn heeft het mede in het Maleisch overgezet (zie zijn Oost-Indie III, 1, 109).
Zie: Nagtglas, Levensber. van Zeeuwen I, 91; Visscher en van Langeraad, Prot. Vaderland I, 719. 
Burs, Melchior (I6750)
 
77 "noch op deselve tijteen ander kundt dopen en Jantjen noemen laten"
https://www.allegroningers.nl/zoeken-op-naam/deeds/4b00b00c-3429-db08-b3cc-c5f607a388c6 
Haselhoff, Jantjen (I2229)
 
78 "Noordeloos, Weeskamer 1661-1730", G.J. Roohuysen; databank Ons Voorgeslacht
29-2-1720 / fol. 106-112
Hr. Martinus van Barneveld, drossaard, Jan Pietersz van der Hee en Gijsbert Teeuwen Both, schepenen.
Jan Woutersz Verwetter x Willemtje Pieters Woesten voor hem zelve en zich sterk makende voor zijn huisvrouw. Jan Teunisz Kleijn won. onder Molenaarsgraef x Lijsje Reyers za. aldaar overleden, als vader van het onm. weeskind Teunis Jans Kleijn en Jan Reyersz voor hem zelve en als oom van het voornoemde weeskind, tesamen kinderen en erfgenamen van Lijntje Jans x Reijer Cornelisz za.
Verdeling door loting van de hofstede en landerijen gelegen op de noordzij van Noordeloos belent oostw. Jan Jorisz en westw Gerrit Bastiaansz, zoals nagelaten door hunl. moeder za. en wel als volgt:
- Jan Woutersz Verwetter: huys en erf strekkende van de Ameydsen opslach aff tot de halve dwarssloot voorbij het eerste akkertje (...) belent oostw. Vrederik Gerritsz Beusechem en westw Gerrit Bastiaensz kampje over de oude wetering,strekkende van de halve oude wetering af achterwaarts tot de halve dwarssloot, belent oostw. Gerrit Bastiaansz en westw. Joris Jansz van Nes; en den breeden hooykamp strekkende van de halve dwarssloot aff achterwaarts tot de halve dwarssloot van de wed. van Arien Ariensz den Hooglander toe, belent oostw. Gerrit Bastiaansz en westw. Jan Jorisz cum suis;
- Teunis Jansz Kleijn: het hennipland strekkende van het lot A zijn halve dwars sloot aff tot de halve nieuwe wetering toe met de steeg, belent oostw. Jan Jorisz en westw. Gerrit Bastiaansz cum suis; het weyland strekkende van de halve dwarssloot van voornoemd lot A aff tot de halve tiendwetering toe, belent oostw. Arien Cornelisz Specksnijder en westw. Joris Jansz van Nes; en de 2 mrg hooyland over de tient genaamd, "de Kooy" strekkende van de halve tientwetering aff recht op tot den halve dwarssloot van Gerrit Bastiaansz toe, belent oostw. Cornelis Pietersz van den Dool en westw. Gerrit Bastiaansz;
- Jan Reyersz: weyland, hennipland en griending strekkende van de halve nieuwe wetering aff tot de halve oude wetering toe, belent oostw. Jan Jorisz cum suis en westw. Gerrit Bastiaansz; en de smalle kamp hooyland groot 2 mrg strekkende van de halve tient af tot de halve dwarssloot van den breeden kamp toe, belent oostw. Gerrit Bastiaansz en westw. Arien Jansz Broer cum suis. 
de Wetter (Verwetter), Jan Woutersz (I20996)
 
79 "Noordeloos, Weeskamer 1661-1730", G.J. Roohuysen; databank Ons Voorgeslacht
6-11-1719 / fol. 104-105
De hr. Martinus van Barneveld, drossaard, Gerrit Schrijvers en Gijsbert Teeuwen Both, schepenen.
Willemtje Pieters Woesten x Cornelis Reyersz za. als moeder van hun 4 kinderen, met name Reyer oud 9 jaar, Pieter oud 7 jaar, Heyltje oud 4 jaar en Cornelis Cornelisz oud 2 jaar, ter eenre; en Jan Reyersz als oom en bloedvoogd v/d voornoemde minderjarige kinderen ter andere zij;
De eerste comparante zal de kinderen opvoeden etc. en bij het bereiken van hun trouw- of mondige dage een ducaton geven.
Op de rand:
Brieff uytgegeeven aan Jan Woutersz Verwetter den 30-12-1719 
de Woeste, Willempje Pieters (I20997)
 
80 "Noordeloos, Weeskamer 1661-1730", G.J. Roohuysen; databank Ons Voorgeslacht
fol. 2-3, d.d. 8-8-1662
Johannes Schilthouwer, drossaert, Hermen Pietersz Woesten en Willem Claesz, schepenen.
Dirck Petersz x Neeltge Gerrits za. ter eenre; en Hendrick Gerritsz als voogd van de nagelaten weeskinderen met name Marie Dircx oud 13 jaar, Aefge Dircx oud 11 jaar en Lijsken Dircx oud 7 jaar, ter andere zijde.
De vader zal de kinderen opvoeden, alimenteren etc. tot hun mondige leeftijd en hun alsdan 20 gld uitreiken ‘en heeft voor de verseeckeringhe van ‘t geene voors verbonden speciale eenen mergen lants gelegen in de hofstede van Dirck Petersz op Bothtersloot ende meer nijet’.

"Noordeloos, Weeskamer 1661-1730", G.J. Roohuysen; databank Ons Voorgeslacht
2-12-1728 / fol. 129
Gijsbert Dionijsz van Muijlwijck, schout, Adriaan Jorisz Verwolff en meester Joost Straatman, schepenen.
Schout en schepenen voornoemd verklaren op verzoek van Harmen Pietersz Woesten won. te Noordeloos dat:
- zijn vader Pieter Harmensz Woesten alhier tot Noordeloos is overleden en begraven op den 2-1-1728, oud omtrent 84 jaar
- dat deze vader voornoemd verlijd is wegens haar Ed. Groot Mog. de Staten van Holland en West Vriesland met 2 mrg lands op Noordeloos, strekkende van de tiendwetering zuijdw. tot de dwarssloot toe, op den 3-5-1676 volgens den verlijdbrieff.
- dat er behalve Harmen Pietersz Woesten oud omtrent 50 jaar, geen andere of meer zoons zijn van Pieter Harmensz Woesten za. 
Woeste, Herman Pietersz (I21025)
 
81 "Opleidingen Speciaal Onderwijs" te Tilburg van der Ent, Louize Marianne (I1621)
 
82 "Oude Indische Families: Het geslacht Senn van Basel', W. Wijnaents van Resandt; De Nederlandsche Leeuw 1905
Zij testeert als weduwe Johanna Cornelia van Basel, geboren Bergwijk, op 24 Apr. 1762 voor notaris Bert te Batavia.
In dit testament noemt zij haar kinderen en vermeldt hun leeftijd; deze zouden anders onbekend zijn gebleven.
Over haar kinderen waren voogd en voogdes, de neef van hun vader, Huybert van Basel en diens 1e echtgenoote. 
Bergwijk, Cornelia Johanna (I14510)
 
83 "Oude Indische Families: Het geslacht Senn van Basel', W. Wijnaents van Resandt; De Nederlandsche Leeuw 1905 de Wijse, Jan (I14603)
 
84 "Regina" te Soerabaja van Lingen, Ida (I3396)
 
85 "Register van het Europese personeel op Javan en Madoera, alsmede van hun mannelijke afstammelingen boven de zestien jaren, opgemaakt 1 Januari 1819".
Nationaal Archief, toegang 2.10.01, inventarisnummers 3106-3125, toegang 3114 (Semarang), letter Z.
Willem van der Zee, Ouderdom: 38, Geboorteplaats: Smirna, Beroep: Zonder,
Datum van aankomst op het eiland: 24 november 1802, Sedert wanneer op deze plaats woonachtig: 27 mei 1803 
van der Zee, Willem (I13149)
 
86 "Ridderkerk in de Gouden Eeuw". het z.g. dienstbodenregister 1680. Inventaris no.73 Gem.Archief Ridderkerk:
Pieter Arijensz. Hordijck neempt de lantbouwerije waer met sijn vier kinderen boven de acht jaeren. Zoon van Adriaen Robrechtsz.(Robben) (HORDIJCK), Landbouwer, en Adriaantje Jansdr. in 't VELT. 
Hordijck, Pieter Aryensz (I15453)
 
87 "Sara Damaris Chatin-------------uyt het Gasthuys"
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/86db42b1-bdab-487b-b052-120e288a2c13 
Chatin, Sara Damaris (I1050)
 
88 "Stamreeks Jan Adriaan den Engelsman", J.P.B. Zuurdeeg, Van Zeeuwse Stam nr 99, dec. 1997
In het schepenregister van St.Annaland is op 21 juni 1644 sprake van Willem Marinisse "in zijn brandewijnkrouch" die het gerecht had beledigd.(Las.5808 fo.52v). Het jaar daarvoor wordt hij "biersteker" genoemd. Willem was dus herbergier. Waarschijnlijk heeft zijn zoon Pieter de zaak overgenomen. In de boedelstaat die na de dood van Pieter wordt opgemaakt zijn een groot aantal Stallanders en anderen vermeld die hun bier nog moesten betalen. Onder hen was zijn broer Willem die voor ruim f.8.- in het krijt stond. Deze boedelstaat vermeldt verder dat Maatje Lievens weduwe van Willem Marinusse op 5 januari 1660 voor de weeskamer verscheen (Las.5862 fo 24) waar zij verklaarde zich borg te stellen voor de goederen die haar zoon Willem Willemse als voogd van de weeskinderen van haar overleden zoon Pieter Willemse onder zich heeft. Deze kinderen waren Maartje, Adriaantie, Willemijna en Marinus. 
den Engelsman, Willem Marinusse (I16683)
 
89 "Stamreeks Jan Adriaan den Engelsman", J.P.B. Zuurdeeg, Van Zeeuwse Stam nr 99, dec. 1997 den Engelsman, Maartje (I42312)
 
90 "Stamreeks Jan Adriaan den Engelsman", J.P.B. Zuurdeeg, Van Zeeuwse Stam nr 99, dec. 1997 den Engelsman, Adriaantie (I42313)
 
91 "Stamreeks Jan Adriaan den Engelsman", J.P.B. Zuurdeeg, Van Zeeuwse Stam nr 99, dec. 1997 den Engelsman, Willemijna (I42314)
 
92 "Stamreeks Jan Adriaan den Engelsman", J.P.B. Zuurdeeg, Van Zeeuwse Stam nr 99, dec. 1997 den Engelsman, Marinus (I42315)
 
93 "Stamreeks Jan Adriaan den Engelsman", J.P.B. Zuurdeeg, Van Zeeuwse Stam, dec. 1997

De naam Den Engelsman is in de doop-en trouwboeken van het eiland Tholen voor het eerst aangetekend in het trouwboek van de Ned.Herv. kerk van St.Annaland in 1692. Dat jaar vond de ondertrouw plaats van Willem den Engelsman, weduwnaar van Cornelia Potters. De naam is echter ouder. In het schepenregister van St.Annaland werd op 28 maart 1661 Willem Willemse Engelsman opgetekend toen deze een huis en erf op de Mooldijk (Molendijk) verkocht aan Davidt Leunisse (Las.5812 fo39) en in een boedelstaat van 1660 is sprake van Willem den Engelsman. De schepenregisters noemen in 1657 en 1658 Willem Willemse Ingelsman. Voordien is deze geslachtsnaam niet aangetroffen.
Vermoedelijk was Willem Marinusse of diens vader een immigrant die genoemd werd naar het land van herkomst Engeland.
Mogelijk was deze immigrant een soldaat in het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, dat uit huurlingen bestond, die uit Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Engeland kwamen. Ook de voorouders van de Tholense geslachten Krijger en Laban kwamen uit Groot Brittannie.

In het schepenregister van St.Annaland is op 21 juni 1644 sprake van Willem Marinisse "in zijn brandewijnkrouch" die het gerecht had beledigd.(Las.5808 fo.52v). Het jaar daarvoor wordt hij "biersteker" genoemd. Willem was dus herbergier. Waarschijnlijk heeft zijn zoon Pieter de zaak overgenomen. In de boedelstaat die na de dood van Pieter wordt opgemaakt zijn een groot aantal Stallanders en anderen vermeld die hun bier nog moesten betalen. Onder hen was zijn broer Willem die voor ruim f.8.- in het krijt stond. Deze boedelstaat vermeldt verder dat Maatje Lievens weduwe van Willem Marinusse op 5 januari 1660 voor de weeskamer verscheen (Las.5862 fo 24) waar zij verklaarde zich borg te stellen voor de goederen die haar zoon Willem Willemse als voogd van de weeskinderen van haar overleden zoon Pieter Willemse onder zich heeft. Deze kinderen waren Maartje, Adriaantie, Willemijna en Marinus. 
Gezin: Willem Marinusse den Engelsman / Maetje Lievens (F1349857349)
 
94 "Tien generatie Blanken", J.H. Olthoff
Acte d.d 27 mei 1692
Adriaentje Gerrits, weduwe van Tonis Dirckxe Blanken Geass met Gerrit Gerritse, haren broeder ende gecozen vooghts in deze heeft gecedeert an Pieter Thonisse en Jan Thonisse Blanken, haars comparente zonen, een huys ende erve staende op de Oostzijde van de dorpe van Bergmbagt streckende voor en van de halve wegh af, oostwaatrs op tot de halve sloot van de thuynen of te hoff van de Ed. Heeren van Bergh toe, streckt ten noorden vant erf van Jan Abrahams, de schout af suydw. op tot in de hlvescheydtmuurvant huys van Tijs Janse toe enz. 
Gerrits, Adriaentje (I1932)
 
95 "Tien generaties Blanken", J.H. Olthoff; CBG Vermeij, Arij (I5472)
 
96 "Uit het doopregister van de protestantse kerk in Soerabaja 1766-1820, P.A. Christiaans; De Indische Navorscher, 2010
29 aug. 1790: Geertruida Adriana, geboren 21 nov. 1788.
Ouders: Gerrit Guldenaar en Susanna Adriana van Rijck, echtelieden. Getuigen: Adriaan van Rijck en G.E. van Rijck. 
Guldenaar, Geertruida Adriana (I24476)
 
97 "Uit het leven van deurwaarder Thomas van der Helm", Helm Nieuws, jtg 25, nr 3.

Inleiding
We hebben in de afgelopen jaren een behoorlijk aantal stukjes van de grote legpuzzle van de diverse families Van der Helm op een verantwoorde wijze een plaatsje weten te geven. Dit is echter nog niet met alle families gelukt. Zo blijft de herkomst van Thomas van der Helm nog steeds een raadsel. De familie van de vooraanstaande Thomas bevindt zich aanvankelijk in de omgeving van Rotterdam en Delft. We moeten daarvoor terug naar de 16e eeuw. De naam Van der Helm is dan reeds bij de familie in gebruik. Deze Van der Helmen zien we trouwen met andere vooraanstaande bestuursfamilie, zoals Musch en Koesvelt. We willen in dit artikel benadrukken, dat geen enkel van onze lezers of lezeressen afstamt van deze chique familie. Ofschoon diepgaand onderzoek nog niet is verricht, is deze mooie aristocratische familie uitgestorven in de 18e eeuw. Een mooi genealogisch artikel ter afsluiting van 25 jaar Helm-Nieuws.
Over Thomas…
Thomas Elandsz van der Helm is geboren vóór 1620. In 1637 zien we hem werken als klerk op de secretarie van Rotterdam. Deze plaats heeft in 1596 de heerlijkheid Beukelsdijk, Blommersdijk en Cool aangekocht van Jacob van Almonde. Een heerlijkheid met ongeveer 400 huizen en een oppervlakte van een kleine 400 HA. Thomas was tot 1654 secretaris van deze heerlijkheid. In dat jaar droeg hij deze bestuursfunctie voor 950,- gulden over aan Adriaan den Adel onder voorwaarde, dat de Rotterdamse burgervader toestemming verleent aan deze overeenkomst. Het is duidelijk dat Cool thans tot het centrum van Rotterdam is uitgegroeid. In 1643 komen we deze Van der Helm reeds als secretaris tegen, wanneer hij geconfronteerd wordt met een akelig ongeval in zijn omgeving. Een jongen, luisterend naar de naam Jan Hijmansz, blikslager was in brouwerij ,,?t Roode Anker”, komt in de brouwketel te vallen, die vol zat met kokende bier. De onfortuinlijke jongeman overlijdt kort daarna aan zijn zware brandwonden. Van der Helm legt hierover bij de Rotterdamse notaris Nicolaas Vogel een verklaring af. Overigens is Thomas van der Helm dan zelf ook nog jong en ongehuwd.
Zijn eerste huwelijk komen we tegen in 1645, wanneer hij trouwt met de Rotterdamse Martijntje, een telg uit het geslacht Van der Grijp, waarin ook lieden met bestuursfuncties te vinden zijn. In 1653 komen we Thomas tegen in de functie van deurwaarder bij het Hof van Holland en is hij secretaris àf. Zijn tweede huwelijk komen we tegen in1661, wanner hij huwt met de uit Gorcum afkomstige Annetje Samuels, die woonde in de Rotterdamse Hoogstraat. Dit huwelijk heeft geen lange houdbaarheid, want nog datzelfde jaar zien we hem in het huwelijk treden met Annetje Ariens Musch, bij wie hij in ieder geval drie kinderen verwekt: Eland (1668), Clara (1670) en wederom Clara (1673). Zoon Eland is vernoemd naar de vader van Thomas. Overigens zal zoon Eland in 1703 huwen met de uit Amsterdam afkomstige Anna Koesvelt. Annetje Ariens Musch is familie van de roemruchte Cornelis Musch (1595-1650), heer van Waalsdorp, Carnisse, Nieuweveen enz., die een schoonzoon was van Jacob Cats. Annetje Musch heeft Thomas overleefd wanneer ze in 1709 te Rotterdam komt te overlijden.
Ouderlijk gezin…
Thomas is een zoon van mr Eland Adriaansz van der Helm, die gehuwd was met Claartje van Nijkerken. 
van der Helm, Thomas Elandsz (I21646)
 
98 "van Gieten in het landschap Drenthe" Roelfs, Marghjen (I10249)
 
99 "Van Merlen en van Merler", W.Wijnaendts van Resandt; De Nederlandsche Leeuw jrg 1952
Henrick Roeloffs, schepen van Grave in 1534; in een acte van 8 April 1542 als zodanig genoemd met de naam Henrick Roloffs van Merlair 
van Merlair, Henrick Roeloffs (I21663)
 
100 "Van Merlen en van Merler", W.Wijnaendts van Resandt; De Nederlandsche Leeuw jrg 1952
Peter Roelofs van Merlen-, hij komt voor als schepen (1580 en 1581) en als burgemeester van Grave (1584), zowel als Peter Roelofs alleen, als als Peter van Merlaer en is in 1580 reeds gehuwd met Peterken (later Petronella) 'de Maugre. In een uitvoerige schepenacte van Grave van 3 Oct. 1580 compareren de verschillende erfgenamen in de erfenis van Lens van den Berch, n. l. Baltus van den Berch en Barbara van Steyn, zijn vrouw; Jan Gerrits brouwer en Johanna, zijn vrouw; de onmondige kinderen van Denis van Aken en Frensken dochter van wijlen jasper van Aken; de onmondige dochter van wijlen Jasper van den Berch; Peter van Merlaer en Peterken zijn vrouw , Wille m van Boidtsdorp als vader van zijn onmondige kinderen bij wijlen Grietken van den Berch, en Valentijn du Bois en Geertruyt, zijn vrouw, en verkopen tezamen een rentebrief.
Negen dagen later, n.l. 12 Oct. 1580, komt in een acte voor Peter Roelofs, (zonder familienaam), burgemeester, en Peterken, zijn vrouw; nog eens als burgemeester in 1584.
Hoe haar familienaam was, blijkt uit enige acten voorkomende in het register van procuraties en certificaties van Willemstad, dl . 1635—1648, o.a. van 19 Aug. 1648, waarin genoemd worden Gabrielle van Merler, weduwe van de luitenant Matthijs van der Walle, en dochter van wijlen Peter Roelofs van Merler, in leven burgemeester van Grave en van wijlen Petronella de Maugre, en haar zuster Aeltken van Merler gehuwd met Ds. Johannes Celosse, predikant te Willemstad. Genoemde zusters Gabrielle en Aelken van Merler worden dan vermeld als erfgenamen van wijlen Frensken van Aecken, die erfgename was geweest van wijlen Lens van den Berge, in het Kuikse" ( Cuyk ) . Wanneer men nu weer de registers van Grave opslaat en de naam van Lens van den Berge (van den Berch) in het oog houdt, dan vindt men daar in 1563 een acte, waaruit blijkt, dat Lens van den Berch genaamd van der Horst, toen een overleden dochter Gabrielle had, die gehuwd was geweest met Pierson de Magre, bij wie 2 kinderen Jan en Peterken de Magre. Zodat de Gabrielle van Merler, die i n 1648 als weduwe te Willemstad woonde, tot grootouders had gehad Pierson de Ma(u)gre en Gabrielle van den Berch, en tot ouders Peter Roelofs van Merler en Peterken (Petronella) de Ma(u)gre. En dus evenzo haar zuster Aelken van Merler; opgemerkt wordt nog, dat in de acten te Willemstad deze zusters ook Van Merlaer en V an Merlen worden genoemd. 
van Merlen, Peter Roelofs (I21654)
 

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 ... 559» Volgende»