Aantekeningen


Treffers 1 t/m 50 van 27,906

      1 2 3 4 5 ... 559» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
1 !!! link verwijst naar scan 239, dus 3x doorklikken
https://www.erfgoedleiden.nl/collecties/personen/zoek-op-personen/deeds/9b889244-a666-b420-74ba-97f14422efd3 
Mangnez, Maria (I12510)
 
2 " Edog dewijl dit kindt uit een gantsch onbetamelijke ontijdige bijslapinge gewonnen is, en na het trouwen van de ouders maar weijnige weken geboren; so hebben deselve scherpelijk hierover bestraft en tot bekeeringe smaant, zowel in 't particuler en openbaar."
https://www.allegroningers.nl/zoeken-op-naam/deeds/dedfa615-9e02-d7d6-cf89-6bb7ff2b9d34 
Jans, Jan (I10449)
 
3 "Amsterdamse zilversmeden en hun merken", K.A. Citroen "Gerrit" de Vries, zilversmid, zwager van Carel Bogaart de Vries, Gerard (I14738)
 
4 "Bannelingen en vluchtelingen uit Ronse", J.H.Bekouw.
Hermes Celosse woonde in Ronse (B) en vluchtte naar Engeland. In 1572 was hij in Colchester waar hij questie had met zijn vrouw, die hij er van verdacht goederen uit zijn huis te hebben ontvreemd. In 1573 was hij in Sandwich, waar hij in 1578 ouderling van de Vlaamse Kerk was. In 1581 was hij afgevaardigde naar de Synode te Middelburg en reisde hij terug via Antwerpen. Van 1582 tot 1592 was hij scriba van Sandwich. Van 1594 tot 1604 was hij predikant te Giessen-Nieuwkerk en van 1604 tot 1620 te Hendrik-Ido-Ambacht. Samen met zijn tweede vrouw Aelken Willems Postel en dochter Susanna staat hij op 1 januari 1625 vermeld als lidmaat te Hendrik Ido Ambacht. Hij is dan inmiddels "oud-dienaer des Goddelijcken Woords". 
Celosse, Hermes (I21700)
 
5 "Bericht op een rekest van Hendrik Couwenberg in oktober 1746 aangesteld tot koster en schoolmeester te Den Dungen onder de vrijdom van ’s-Hertogenbosch inzake het roijeren van posten uit de armenrekeningen i.v.m. zijn corporele diensten nl. het begraven van grote en kleine lijken.
Datering: 30 september 1751
Pagina:108
Plaats:Den Dungen
Toegangsnummer: 9
Inventarisnummer: 33
Bron: Domeinen"

Rekest van Jan van Vechel, Huibert van den Merendonk en Antonij van Grinsven borgemeesters en regenten van Den Dungen te kennen gevende dat de schoolmeester Hendrik Couwenberg zijn jaarlijkse omgang heeft gedaan tegen het hoogfeest van Pasen en veel eieren heeft opgehaald; sommige ingezetenen beschouwen dat als bedelarij en duwen hem op een wat minachtende wijze het een en ander toe wat hem zeer tegen de borst stuit. Men sluit een akkoord met hem en betalen vanaf 1 april 1751 voortaan 20 gl. aan hem en hiermee komt dan de rondgang te vervallen.
Datering: 17-8-1751
Soort akte: Plakkaat / Resolutie
Plaats: Den Dungen
Toegangsnummer: 8
Inventarisnummer: 61
Bron: Leen- en Tolkamer 
Couwenberg, Hendrik (I1250)
 
6 "Bierling te Groningen", P.J.C. Elema, Gens Nostra, 2003:
Hindrik moet al enkele jaren gehuwd geweest zijn met zijn tweede echtgenote (uit dit huwelijk waren op dat moment al twee kinderen gedoopt) toen op 25 juni 1726 de hoofd- en medemombaren over zijn minderjarige kinderen bij wijlen Aaltien Jansen een een kindschap, een zuster- en een broederschap maakten met de stiefmoeder Anneghien Jansen. Dit zal betekend hebben, dat de goederen van de eerste vrouw in de boedel bleven berusten, en dat de voorkinderen van de man in de nalatenschappen van vader en stiefmoeder zouden meedelen gelijk met de kinderen uit het tweede huwelijk. Uit dat eerste huwelijk zijn zeker drie kinderen volwassen geworden; uit het tweede huwelijk vier of vijf. Ik voer er hier vijf op, maar moet een voorbehoud maken voor Willem en Roelf Bierling, die geboren kunnen zijn als 'kind', respectievelijk 'zoon' van het echtpaar, maar van wie de filiatie zeker niet bewezen is.
De man zal wel genoemd zijn als Hindrick Beerling, meyer van het Oosterbroek (met twee peerden), die in 1742 en 1754 telkens voor twee gulden werd aangeslagen in het Haardstedengeld-register van Eelde. 
Bierling, Hindrik (I195)
 
7 "Bierling te Groningen", P.J.C. Elema; Gens Nostra, 2003
Als weduwe verkocht Derkje op 9 mei 1787 aan ChristofferJans Schefferen Geertje Harmseen behuizing staande ten noorden op de Oudeweg, op vrij eigen grond, voor ƒ 850. Een zoontje was kort daarvoor overleden, ook op de Oude Weg (lijklaken N.K. 26-2-1787, zelfde gilde); dat moet Hilbert zijn geweest. Derkje kreeg toestemming voor deze verkoop van het stadsbestuur, noodzakelijk omdat zij nog minderjarige kinderen had; de verkoop geschiedde zeker niet uit weelde, want het huis bracht ƒ 850 op terwijl de hypotheek (verschuldigd aan de weduwe Schaapschoe) f 800 bedroeg. 
Bierling, Derkje (I10386)
 
8 "Bierling te Groningen", P.J.C. Elema; Gens Nostra, 2003
Jantien Jans Beerling kwam op 12 april 1791 de stad binnen met een akte van indemniteit van Eelde.
Bij haar overlijden werd onder andere gesteld dat haar ouders laatst woonachtig waren geweest in Groningen. 
Bierling, Jantje Jans (I10389)
 
9 "Bierling te Groningen", P.J.C. Elema; Gens Nostra, 2003
Roelf en Grietje bleven zitten in de tuinderij die Grietje met haar eerste echtgenoot had bewoond.
Zij namen ook de pacht van tuinland van het Heilige Geest Gasthuis over. Daarnaast kreeg Roelf Bierling (of: Beerling) van dit gasthuis vanaf 1790 jaarlijks een betaling ad ƒ 25.6.0 voor het slachten van elf koeien, en het snijden van elf 'verkens'. De laatste betaling was over 1807; in 1808 had Jacob Willems deze taak overgenomen.
Eveneens vanaf 1790 betaalde het gasthuis hem jaarlijks een som van gemiddeld honderd gulden voor 'groentens', deze leverantie bleef na zijn dood op naam van de weduwe staan, in 1815 werd die op Jan Bierling overgeboekt.
Roelf Bierlingh en Grietjen Jans kochten op 7 mei 1796 van de kinderen van Geert Sickes Bontekoe en Anngegyn Tonnys twee hoven naast elkaar, buiten de Heerepoort ten zuiden in de Brandenburgersteeg gelegen. Zwetten of belendingen: ten noorden Jan Croese, ten oosten Hindrik Pieters, ten zuiden Fennegien Berends en ten westen de weduwe Uilkens. Samen met Bastiaan Hindriks Koster en Elizabeth Mulders, echtelieden, elk voor de helft, kochten zij op 4 mei 1801 bovendien de beklemming van een moestuin buiten de Oosterpoort (?) gelegen, zwettende aan de tuin van Roelf Beerling, doende jaarlijks aan het Anthonygasthuis tot vaste huur ƒ 43.18.0. De prijs bedroeg niet minder dan ƒ 3365, contant betaalden zij ƒ 2165, de rest namen zij als hypotheek op.
Tenslotte verkochten in 1804 Roelf Bierling mede voor zijn vrouw Grietje Jans Bieding, en Gosse Dobbinga mede voor zijn vrouw Hillegien Harms, aan Jantjen Berends, weduwe van Jan Jans Wal (p.q. haar zoon Jan Jans Wal) de volle eigendom van ongeveer acht grazen land, de Peerdevenne genaamd, gelegen onder het schatregister van Bedum. De belenders waren ten noorden Freerk Pieters, ten oosten de weduwe van Cornelis Jakobs, ten zuiden 'de kopersche' en ten westen Willemjans. Prijs ƒ 2200: contant voldaan werd de helft. 
Bierling, Roelf (I10396)
 
10 "boekhouder op het comptoir van aanbouw van de marine" wordt genoemd in de dienststaat van zoon W.W. Milar
https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.13.04/invnr/212/file/NL-HaNA_2.13.04_212_0365 
Milar, Willem (I3674)
 
11 "Bollaert", Ir. J. Bollaert; Brabantsche Leeuw 1953 vermeldt dat zij op 07-08-1630 in Bergen p Zoom trouwde met Marcus Zueorius Boxhoorn.
Deze is echter 07-11-1639 als "jongeman" in Leiden getrouwd. 
Bollaert, Marie (I6791)
 
12 "De Burgerlijke Stand van Soerabaja II", R. Melger, L.M. Jansen; Bronnenpublicaties 22, IGV 2013
24 okt. 1870. Willem Henrij Johannes Guldenaar, geboren te Ambal, res. Bagelen, oud bijna 25 jr., particulier, wonende te Soerabaja, zoon van Willem Holst Guldenaar, overleden, en van Joanna Elisabeth van der Zee, wonende in Europa, plaats onbekend; met Rosa Olivia Diederika Renne, geboren te Sumanap, res. Madura, oud 19 jr., wonende te Soerabaja, dochter van Johan Hendrik Renne, overleden, en van Johanna Catharina Lindeman, wonende te Soerabaja. Getuigen: Frans Dirk Cornelis Adrianus van Waardenburg, oud 47 jr., commies bij de ontvanger van de Inkomende en Uitgaande Rechten te Soerabaja en oom van de bruidegom, en Philip Meijer, oud 34 jr., handelsgeëmployeerde en zwager van de bruid, beiden wonende te Soerabaja. 
Gezin: Willem Henrij Johannes Guldenaar / Rosa Olivia Diederika Renne (F1356175453)
 
13 "De Burgerlijke Stand van Soerabaja II", R. Melger, L.M. Jansen; Bronnenpublicaties IGV 22, 2013
16 febr. 1876. Willem Reinier Adriaan Guldenaar, geboren te Semarang, oud 23 jr., geëmployeerde op de suikerfabriek "Ketegan", afd. Sidhoardjo, aldaar wonende, tijdelijk te Soerabaja aanwezig, zoon van Willem Holst Guldenaar, overleden, en van Joanna Elisabeth van der Zee, wonende te Soerabaja; met Johanna Aleida Dumas, geboren te Djoanna, res. Japara, oud 19 jr., wonende te Soerabaja, natuurlijke erkende dochter van Christiaan Lodewijk Dumas, overleden, en van Johanna Paulina Wolff, wonende te Bandjarmasin, thans te Soerabaja aanwezig. Getuigen: Willem Henri Johannes Guldenaar, oud 30 jr., handelsgeëmployeerde en broeder van de bruidegom, en Willem Bernardus Meijer, oud 31 jr., boekhouder bij de In- en uitvoerrechten en Accijnzen te Soerabaja, beiden aldaar wonende. 
Gezin: Willem Reinier Adriaan Guldenaar / Johanna Aleida Dumas (F1491418385)
 
14 "De Familie Besemer uit Ouderkerk a/d IJssel", B. de Keijzer; Gens Nostra, 1987
Als weduwe vermeld 6-2-1525 als zij aan Bouwen Michielsz. een 1/2 morgen geeft gelegen in haar hofstede. 
Katerij (I7892)
 
15 "De Familie Besemer uit Ouderkerk a/d IJssel", B. de Keijzer; Gens Nostra, 1987
Als weduwe vermeld mei 1518 en 20-5-1518.
Zij schenkt 1-5-1520 aan de Kerk 1 morgen land gelegen in het Breeweer voor de jaargetijde van Arien Jansz. Bezemer en Geerte haar dochter. 
Kateryn (I7890)
 
16 "De Familie Snoey uit Ouderkerk a/d IJssel (aanv. en verb.), B. de Keijzer; Ons Voorgeslacht 1986
Joris Claesz., woont Capelle a/d IJssel, watermolenaar, leeft 1541-1545, overleden vóór 1552, tr. Niesgen, die voorkomt 1552-1562. Zij gebruiken resp. bezitten een aantal landerijen aldaar en wel achtereenvolgens:
a. weer 9 (Middenmolenpolder) groot 8 morgen
1541/45 - nieuwe meeting - myn vrouw van Aerenburg, 8 morgen,
1545 - 10e penning - Joris Claesz., in huur 7 (sic!) morgen,
1555 - 1Oe penning - Nies, Joris in huur van de Heer van Arenberg, 8 morgen,
1561 - 10e penning - Wigger Jorisz. in huur van de Heer van Arienberg, 8 morgen,
1562 - hoefslagreg . - Wigger Jorisz.,
1577 - hoefslagreg . - Wigger Jorisz., bruycker (vgl. weer 28).
b. weer 27 (Middenmolenpolder) groot 10 1/2 morgen,
1541/45 - nieuwe meeting - (zie onder weer 28),
1545 - 10e penning - Heer Huich pastoor, 4 1/2 (sic!) morgen eigen, en Joris Claesz. 3 morgen in huur,
1555 - 10e penning - Heer Huich Claesz. pastoor 7 1/2 morgen eigen en Nies, Joris 3 morgen in huur van Heer Huich,
1561 - 10e penning - Heer Huych pastoor tot Capelle 7 1/2 morgen eigen met huis en Nies, Joris 3 morgen in huur, (nà 1561 niet meer in huur genomen).
c. weer 28 (Middenmolenpolder) groot 12 morgen,
1541/45 - nieuwe meeting - Joris Claesz. voor 16 morgen 3 hond en 23 roeden,
1545 - 10e penning - Joris Claesz. 11 1/2 morgen eigen,
1555 - 10e penning - Nies, Joris 12 morgen eigen,
1561 - 10e penning - Nies, Joris 12 morgen eigen met huis,
1562 - hoefslagreg . - Niesgen Joris,
1577 - hoefslagreg . - de wedu van Wigger Jorisz.,
1592 - hoefslagreg . - Arien Ariensz.
Het laatste weer wordt in leen gehouden van de Heren van Montfoort. Op 31-3-1581 wordt beleend Claes Jorisz. schout van Capelle, oudste zoon van Joris Claesz. die het in 1541 in eeuwige erfpacht had gekregen. Vervolgens wordt bij opdracht beleend Adriaen Adriaensz. Buys op 27-2-1592 
Claesz, Joris (I21440)
 
17 "De matrilineaire afstammelingen van de vrije Maleise vrouw Saijo Boerat", R.G. Neve, De Indische Navorscher, 2000
4. Wilhelm Rudolph Christiaan WoUrabe, geb. [Batavia 11 okt. 1827], vendumeester, overl. Buitenzorg 7 mei 1890, tr. Ie Semarang 26 juni 1851 Elizabeth Guest Riggs, geb. Semarang 1831, overl. Semarang 21 juli 1864, dr. van Abimelech Riggs en de chinese vrouw Liem Tan Nio bij de doop genaamd Elisabeth Sarah; tr. 2e Buitenzorg 24 mei 1866 Catharina Adriana Specht, geb. Batavia 18 mei 1834, overl. Buitenzorg 26 jan. 1906, dr. van Carel Specht en Maria Adriana Cornelia Senn van Basel en weduwe van Willem Petrus Johannes Schlüter. 
Wollrabe, Wilhelm Rudolph Christiaan (I10425)
 
18 "De matrilineaire afstammelingen van de vrije Maleise vrouw Saijo Boerat", R.G. Neve, De Indische Navorscher, 2000 Schlüter, Clara Elisabeth Petronella (I4771)
 
19 "De patentoliefabriek aan de Nieuwe Haven, de geschiedenis van Nieuwe Haven 49 te Dordrech; Werkgroep Het Nieuwe Werk, 2007
Jan Pietersz. Gront is ondermeer bouwheer van de pakhuizen Oude Grond op de Nieuwehaven 11-13, Dordrecht

1645 – 1690 Jan Pietersz. Gront
Jan Pietersz. Gront gaat op 7 april 1641 in ondertrouw met Lijsbeth Sam Jacobsdochter. De bruid is een jongedochter d.w.z. dat zij niet eerder is gehuwd geweest. Zij is afkomstig uit Tiel. Gront is een jongeman afkomstig uit het Land van Berg, een hertogdom nabij Gulik in Duitsland.
Uit dit huwelijk worden negen kinderen geboren, waarvan acht gedoopt in Dordrecht: Jacobus op 30 januari 1642, Pieter op 8 juli 1643, Catharijn op 12 februari 1645, Catrijnken op 29 november 1646 (roepnaam Catharina), Dirck op 3 december 1648, Dirck op 4 april 1650, Aegje op 4 februari 1654, Arnoldus op 30 maart 1658. De geboorte van Jan is niet aangetroffen. Slechts vier kinderen bereiken de volwassen leeftijd.
De ijzerhandel trok in de 17e eeuw veel mensen naar Dordrecht. Deze branche kon zich in een grote bedrijvigheid verheugen. Met name de wapenhandel was zeer winstgevend.
In die tijd was het gebruikelijk, dat bij overlijden van één van de echtelieden met nalating van minderjarige kinderen de Weeskamer zich bemoeide met de nalatenschap van de overledene. Door een testament op te maken, waarbij de Weeskamer werd uitgesloten en waarin de voogdij werd geregeld, kon men dit gebruik uitsluiten. Een testament op de langstlevende wordt door Gront en zijn echtgenote op 3 februari 1645 opgemaakt bij notaris Daniël Eelbo. De langstlevende wordt daarin verplicht de nagelaten kinderen behoorlijk op te voeden tot meerderjarigheid om hen vervolgens een som van drie duizend gulden uit te reiken.

Jan Pietersen Gront, coopman ende d’eerbaere Elisabeth Sam, echte man ende wijf testeren.
Comende totte voorgenomen dispositie der tijtelijcke goederen, verclaerden zij testateuren omme de liefde, affectie ende echtelijcke vruntschap die sij seijden malcanderen toe te dragen, gemaeckt, gewilt ende geordineert te hebben, reciproce over ende weder over, als dat de langstlevende van hen beijden in vrijen vollen eijgendom sal blijven besitten, behouden ende gebruijcken alle ende iegelijcke goederen, soo roerende als onroerende, actien, inschulden ende crediten, huijsraet, meublen ende imboel, gelt, gout, silver, gemunt ende ongemunt, geen uijtgesondert nochte gereserveert.
De langstlevende sal gehouden sijn haer beijder kinderen alreede bij malcandren geprocreert ende alsnoch te procreeren ende die den eerststervende van hen beijden int leven naer laten sal behoorlijck te alimenteren ende onderhoude, in aet [eten], dranck, cleedinge ende reedinge, ter scholen houden gaen, een ambacht, hantwerck ofte andere oeffeninge te doen ende laeten leeren. Daer toe deselve nut ende bequaem wesen sal en sullen ende in aller stichtinge op te brengen tot mondige dagen ofte houwelijcke state toe ende daertoe gecomen onder hen allen eens d’somma van drije duijsent caroli gulden.

Aan Jan Gront wordt op 12 september 1646 toestemming verleend om een pothuis te plaatsen aan de zijkant van zijn woning op de hoek van St. Joost.
Een pothuis is een uitbouw voor de ingang van een kelder, in dit geval aangebouwd aan het eigenlijke hoekhuis. Vroeger werden er potten in bewaard. Het ligt buiten de rooilijn op de openbare straat en werd in de 17e eeuw oogluikend toegelaten.
In 1656 koopt Gront (ook geschreven als Grond of Grondt) een perceel grond op de Nieuwe Haven te Dordrecht, waarop een dubbel pakhuis verrijst met de naam ‘Oud Grond’. Dit pakhuis is in de nacht van 12 op 13 september 1957 volledig afgebrand. Het in 1958 nieuw gebouwde pakhuis werd in 1988 opgesplitst in appartementsrechten en draagt nog steeds zijn naam. 
Gront, Jan Pietersz (I14167)
 
20 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf, Gens Nostra maart 2005
Margaretha Clara Douw vertrok op 22 maart 1698 met attestatie naar Amsterdam, waar ze vermoedelijk in het huwelijk trad met de predikant Gualtherus Zoutmaat. Uit dit huwelijk zijn volgens een verklaring vier kinderen geboren: Johannes, Petrus, Clara Adriana en Jacobus. Volgens Van Lieburg zijn er echter minstens twee kinderen meer geweest, namelijk een Cornelis {1707-1777, predikant te Oosthuizen 1730 en Goes 1742) en een Gualtherus (1703-1793, predikant te Spaarndam 1727, Leiden 1740). 
Douw, Margaretha Clara (I12985)
 
21 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf; Gens Nostra, jg 60, 2005
'Den 25 december 1617 wesende Crisdach op een manendach des morgens omtrent een quertier uyrs naer vieren, is mij zevende kint geboren bij Josijna de Sadelaers wesende een dochter. Werde gedoopt op een sondach doent vier weken min een dach out was in de Hogclants kerek. De getuigen waren Laurens van Ravesteyn beneffens mijn persoon, Maertgcn Pieters mijn suster ende Janneken de Sadelaer mijn huisvrouwen suster. Werde genaempt Josijnge. Johannes voornoemd predicte, Dwingelo doopte. Opten 2ien december 1639 is dese mijn suster Josina gerust ende salïchlijcx in den Heere ontslapen, des namiddachs omtrent 3 uyren'. In de marge staat: 'was lanck doen zij drie jaer out was twee voeten ende zeven duymen op haer schoenen gemeten'. 
Douw, Josijntje (I17768)
 
22 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf; Gens Nostra, jg 60, 2005
'Den 9 july 1610 vrijdach omtrent een halff quertier uyrs naer drien des morgens is geboren mijn derde kint geprocreet bij Josijna mijn huysvrouwen voornoemd, wesende een dochter werde genaemt Janneken ende gedoopt den 18den july 1610 des namiddags sondags in de Hogelants kerck.
De getuygen waren moye (tante) Catelina, huysvrouw van Joachim de Sadelaer tot Gent ende Hendrickjen Hendricks, mijn broeders huysvrou. Item ic se lve met Francois Heusic, mijn swager ofte susters man. Is deser werelt (zeer gristelijck) overleden van de heete sieckte op sondag een quertier voor vijven des morgens opten 22 september 1624. Betoondet in haer siecke sonderlinge resolutie ende als groot verstant'. In de marge: 'was lanck 123/1000 gebooren. Op't jaer 18/100 lanck'. 
Douw, Janneken (I17766)
 
23 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf; Gens Nostra, jg 60, 2005
'Den zevenden februarij anno xvic vijftien zijnde een saterdach is mijn vijfde kint geboren wesende een soon, des middachs terstont aen een uren. Werde gedoopt opten 14den april 1614 op een dinsdach in de Hogelants kerck bij Adriaen van der Borre. Johannes Arnoldus predycte. Es genaemt Johannes. De getuygen waren beneffens ick ende mijn huysvrou Harmen Pieters, mijn broeder ende Mayken van Ravesteyn, huysvrou van Daniel de Bleu."
In de marge staat: doen hij een vierendeel jaers out was, doen was hij lanck 1-6-2 1/2 ofte 1625/10000 roede. Doen hij hele jaer out was, is hij lanck 215/1000 roeden'.
In de eerste zin wordt als geboortejaar 1615 gegeven, terwijl het in de tweede zin 1614 lijkt te zijn. Of Jan Pietersz. Douw zelf of één van zijn kinderen ontdekte deze discrepantie reeds in de 17e eeuw, gezien de opmerking onderaan de pagina: 'staet gedoopt 1614, geloove dat geweest is 1616, want den 14 april kan niet op 1615 mer wel 1616 op de dyngsdach bereeckent werden'. Met behulp van Grotefend kan echter bepaald worden dat 14 april 1615 wel degelijk op een dinsdag viel, zodat Johannes geboren (en gedoopt) is in het jaar 1615. 
Douw, Johannes (I13412)
 
24 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf; Gens Nostra, jg 60, 2005
'Het eerste kint gewonnen bij Jozijna de Sadeler is geboren opten vijftienden januarij anno xvic ende acht des avonts omtrent halff zes uren. Hetzelve kint werde gedoopt opten 29den januarij op een dynsdag. De getuygen waren Abraham de Sadelaer, cosijn tot Amsterdam, Proontgen van Ravesteyn ende mijn suster Neeltgen. Warde genaemt Jannetgen. 't Selve kint is in den Heere ontslapen op den 12den februarij 1608 zijnde een dynsdach avonts omtrent een quertier naer acht uyren'. 
Douw, Jannetje (I17699)
 
25 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf; Gens Nostra, jg 60, 2005
Harmen Pietersz. Douw was net als zijn broer Jan Pietersz. Douw wijnroeier en meter van de rietdaken. Daarnaast lijkt hij ook werkzaam te zijn geweest als straatmeter. Hij is echter geen landmeter geweest. In 1622 vinden we hem in Leiden wonende met zijn vrouw en enige dochter aan het Steenschuur." Daar woonde hij nog steeds, toen hij in 1639 vanuit dat adres werd begraven. 
Douw, Harmen Pietersz (I13410)
 
26 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf; Gens Nostra, jg 60, 2005
Het echtpaar Verhaick/Douw is op een gegeven moment naar Kaap de Goede Hoop vertrokken.
Op dat moment waren er drie kinderen in leven. Deze gegevens en de gegevens over hun nakomelingen zijn in 1745 verstrekt door de 70-jarige Philippus van Steveninck (Vlla-id) op verzoek van Jacob en Daniël Verhaick en van de beide zusters De Meyer. Als reden van wetenschap geeft hij aan, dat zijn moeder Catharina Douw en volle zuster was van Helena Douw"s. Aardig detail is, dat Philippus van Steeveninck niet alleen verwant was aan deze personen, maar tevens bekend stond als 'genealogist'. In de boeken van bode Gijsbert van Rijkhuysen staat veel correspondentie met deze Philippus van Steeveninck. 
Gezin: Jacob Verhaick / Helena Douw (F1291378345)
 
27 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf; Gens Nostra, jg 60, 2005
Jacob Douw en Helena Rodtshouck, wonende te Rotterdam, maakten op 15 juni 1665 hun mutueel testament voor notaris Cornelis de Haes te Leiden1". Uit het testament blijkt, dat de beide ouders van Jacob en de moeder van Helena op dat moment nog in leven zijn. Driejaar later, op 8 februari 1668, maakten ze een nieuw testament voor notaris Douw.
Jacob Douw overleed te Rotterdam, waarna zijn lichaam op 16 september 1669 naar Leiden werd vervoerd. Het begraafregister van Leiden geeft echter alleen een begrafenis van een Jacob Dou op 21 oktober 1669. Op 15 maart 1671 trad zijn weduwe in ondertrouw te Rotterdam met Hermanus van der Burgh, een weduwnaar uit Amsterdam. Het huwelijk werd op 1 april 1671 te Rotterdam gesloten. Helena woonde toen in de Lombardstraat. 
Gezin: Jacob Douw / Helena Rodtshouck (F1291378343)
 
28 "De verwanten van Jan Pietersz Dou(w)", C. de Graaf; Gens Nostra, jg 60, 2005
Pieter Arentsz. Dou (ook Pieter Adriaensz.) werd volgens de verklaring van zijn zoon Jan op 6 juni 1536 geboren. Hij was kuiper van beroep, waardoor hij meestal als Pieter Adriaensz. kuiper in de bronnen voorkomt29. Op 2 oktober 1571 legde hij als 35-jarige inwoner van Leiden een verklaring af voor de notaris, hetgeen overeenkomt met de door Jan Pietersz. Douw gegeven datum.
Volgens de volkstelling van 1574 woonde in het bon Burchstreng een Pieter Aerntsz. Dat kan kloppen met de vermelding in het bevolkingsregister van 1581, dat hem eveneens in hetzelfde bon aangeeft, wonende aan de Oude Rijn. Hij woonde daar samen met zijn vrouw Dieuwertje Harmens en hun kinderen Harmen, Arent, Jan, Neeltgen, Geertgen, Katrijn en Marijtje. Hiervan is Neeltgen de oudste, zoals Jan Pietersz. Dou zelf aangaf in zijn boek. De beide jongste meisjes waren een tweeling.
Het huis waarin hij in 1581 woonde, huurde hij aanvankelijk van het Elisabeth Gasthuis. Pas op 9 juni 1594 kocht hij dit huis van het Elisabeth Gasthuis voor een bedrag van 1.600 gulden.
Pieter Arentsz. kuiper had tweemaal een geschil met zijn buurman Garson de Cappelle, verver. De eerste maal was in 1609, toen ze een geschil hadden over het secreet van Pieter, dat onder het erf van Garson uitkwam op de Oude Rijn33. Vier jaar later - in 1613 - was het weer raak, toen er ruzie was over het vernieuwen van een gemeenschappelijke scheidmuur. Pieter, inmiddels al behoorlijk op leeftijd, werd hierbij geassisteerd door zijn beide zonen Jan Pietersz. Dou en Harmen Pietersz. Pieter Arentsz. Dou woonde in 1624 nog steeds aan de Oude Rijn, blijkens het begraafboek.
Bij de scheiding van de boedel op 12 januari 1628 kwam het huis aan de Oude Rijn aan de jongste dochter Maritgen Pieters, gehuwd met Francois Heusicq. Veertien jaar later raakte het goed uit de familie, toen Abraham Heusicque het verkocht aan Jacob van de Capellen. Het is zeer goed mogelijk, dat Pieter Arentsz. en zijn vrouw Dieuwertje Harmens de Remonstrantse richting aanhingen. Veel van hun nakomelingen waren zeker remonstrants, anderen keerden later weer naar de 'gewone' richting binnen de Nederduits Gereformeerde kerk terug.
Pieter Arentsz. Dou en Dieuwertje Harmens maakten op 30 april 1617 hun testament, kort voor Dieuwertjes dood. In dit testament wordt gesproken over een onderlinge overeenkomst met de kinderen d.d. 28 december 1614 die verder niet wordt vermeld. Pieter tekende met Pieter Arentsz., cuyper; Dieuwertje met een handmerk.
Van de moeder van Jan Pietersz. Douw weten we bijzonder weinig. Op 8 augustus 1583 vinden we haar, circa 44 jaar oud, in een verklaring over een belofte gedaan door een zekere Harmen Dircxz aan Magdalena Jansdr. Op de lijst van genodigden op de bruiloft van Jan Pietersz. Douw wordt een zuster van haar vermeld: Trijn Harmens met haar man Claes steenhouwer. De laatste is identiek aan de bekende Leidse steenhouwer Claes Cornelisz. van Es. Ook zoon Lambrecht Claes van Es en dochter Geertruyt waren op de bruiloft aanwezig.
Volgens Van Rijkhuysen was er ook nog een broer Dirck Harmensz., snijder, die op 16 augustus 1578 in ondertrouw ging met Anna Anthonisdr. Beide echtelieden stierven voor 1602. Hun huis aan de Hooglandsche Kerksteeg werd op 15 februari 1602 verkocht door de erfgenamen: Pieter Aerntsz. kuiper en Cornelis Steenhouwer, elk voor 1/6 deel; Cornelis Willemsz., timmerman, Claes Jansz., timmerman namens zijn vrouw Jannetje Willems, Jacob Huybertsz., molenaar namens zijn vrouw Lijsbeth Willems, elk voor 1/18 deel, allen van de zijde van Dirc Harmensz. Van de zijde van Anna Anthonis kwamen de andere erfgenamen (ook voor de helft), namelijk Cornelis Tonis voor 'A deel en Gielis Willems, smid, voor lA deel40. Koper was Vranck Cornelisz., baaytrapier. Deze verkocht het nog dezelfde dag aan zijn zwager, de landmeter Jan Pietersz. Douw'. De drie erfgenamen die elk voor 1/18 deel erfden, waren volgens Van Rijkhuysen kinderen van Willem Harmensz. Vissendael. Hoewel het er op lijkt, dat Willem deze toenaam alleen postuum heeft opgeplakt gekregen van Van Rijkhuysen, heeft zijn zoon Cornelis wel degelijk deze naam gebruikt. Op 10 augustus 1585 was Pieter Adriaensz. kuiper samen met Jan Dircx, zeilmaker, en Dieuwertje Pieters getuige bij het huwelijk van Fransje Pietersdr., weduwe van Ulrick Symonsz.. Fransje Pieters noemde Pieter Adriaensz. en Jan Dircx haar neven, terwijl Dieuwertje haar zuster wordt genoemd. Gezien de naam Dieuwertje zou de verwantschap wel eens aan de kant van Dieuwertje Harmens kunnen liggen. Wellicht zal nader onderzoek dit verder aan het licht kunnen brengen. 
Douw, Pieter Arentsz (I13408)
 
29 "Een stap verder (Meelhooft, Molenaar en Boer", drs, L.M. van der Hoeven; Gens Nostra jg. 53 Mourits (Mourik), Cornelis Cornelisz. (I20975)
 
30 "Eenige aanteekeningen uit het predikanten-geslacht Zoutmaat", Fred Caland, De Wapenheraut 1902
student te Leiden 19-09-1727
proponent te Leiden 02-07-1737 
Zoutmaat, Jacobus (I13001)
 
31 "Engbert Folckerts, gehuwd met Swaentien Jans Olinge, koopt op 7 febr.1670 (RA VI w2) huis en land te Hoorn, Carspel Wedde, waarvan kopers reeds zwette ten zuiden waren." Voor die tijd waren zij dus als gehuwd. Gezin: Engelbartus Folckerts / Swaentien Jans Olinck (F1294)
 
32 "Genealogie Crans", A. Crans, 2004
In 1581 vanuit Gronigen uitgeweken naar Emden. 
Frericks, Roelof (I11210)
 
33 "Genealogie Crans", A. Crans; uitg. Pirola, 2004
Annegien heeft de familie-brouwerij Crans tijdens haar tweede huwelijk met Reinder aangehouden. Zij bezit met Jantien Hendricks drie mande kamers in de Molenstraat bij 't Bolwerk op stadsgrond, die zij op 18 mei 1628 verkochten aan Catrijni Boyckema, weduwe van Jan Gerrits voor 100 gld.
Op 28 januari 1632 vinden we een schuldbekentenis van haar dat zij aan haar man Reinder 500 daler schuldig is wegens voorgeschoten geld en geleverd hout tot öpbouwinge van haar brouwhuis". Rente 5%.

Annegien verkocht in 1635 aan haar zuster Dirkje, weduwe van Johan Krijns, haar 1/9 aandeel van een stuk grond met begroeiïng tussen de Heerepoort en de Papenpoort voor 123 daler. Dit had zij van haar moeder veerkregen. Had zij toen geld nodig? Het lijkt erop, want Hendrik Krijns (zoon van haar zwager Johan) en echtgenote Wendeltje Harmens hadden op haar een vordering van 100 gld wegens achterstallige rente, die zij niet kon betalen. Op 5 september 1639 geeft zij aan de Stadspander Pieter Geerts voor deze schuld in onderpand "6 sulveren koppen, een bedde met zijn toebehoor en een slaebbanck"
Het gaat heel slecht met Annegien, want van 14 februari tot 28 maart 1641 worden al haar "schulden, renten en actiën"beschreven. Bij elkaar bedragen die 1450 daler en 2850 car gld exclusief de achterstallige rente, Op 1 oktober van dat jaar draagt zij aan haar zoon Lubbert en dochter Annetje haar huis aan de noordzijde van de A-kerk over, waarin zij met haar man Lubbert Lubberts Birza gewoond heeft en dat zij van haar ouders had geërfd. Zoon Lubbert verkoopt zijn aandeel in dit huis meteen door aan zijn zuster en zwager Otto Reinders.

In 1644 is er een kwestie tussen haar en de kinderen van haar tweede man Reinder Ottens. Die eisen alle nagelaten goederen van hun vader. Annegien, bijgestaan door haar zoon Lubbert, is van oordeel dat zij slechts recht hebben op de helft. Uiteindelijk wordt dat ook overeengekomen en burgemeester en raadsheren beslissen op 10 februari 1648 dat Annegien recht had op 6200 cargld. Inmiddels was Annegien overleden,vermoedelijk in 1646. 
Crans, Annegien (I1263)
 
34 "Genealogie Crans", A. Crans; uitg. Pirola, 2004
Bij zijn huwelijk in 1600 is Lubbert lid van het koopmans-en kremersgilde, in 1604 ook van het brouwersgilde. In 1603 woont hij met Annegien in de Gelkingestraat, later in de "Crans-brouwerij" van zijn schoonmoeder aan de noorzijde van de A-kerk. Op 11 februari 1623 kopen zij deze van de erfgenamen van Annegien's moeder.
Daartoe lenen zij op 24 augustus 1622 van hun zwager en zuster Harmen Frericks en Assele Crans 400 daler met als onderpand genoemd huis met brouwerij. Ook wordt van hun andere zwager en zuster Johan Krijns en Dirkje geld geleend, nl op 23 januari 1623 een bedrag van 500 car gld tegen 5% rente.
In 1627 overlijdt Lubberts, want op 11 februari van dat jaar worden voogden benoemd over zijn twee miderjarige kinderen, o.a. hun oom Harmen Crans en Lubbert Berents Birza, die getrouwd was met Jantje Popkes, dochter van Trijntje Crans. 
Gezin: Lubbert Lubberts Birza / Annegien Crans (F324)
 
35 "Genealogie Crans", A. Crans; uitg. Pirola, 2004
ingeschreven lidmatenregister A-kerk september 1633
lid bakkersgilde 
Crans, Willem (I1281)
 
36 "Genealogie Greving", De Indische Navorscher 2006

Carel Gratus Greving, geb. Batavia 11 febr. 1767, deed aanvankelijk in de lagere V.O.C.-rangen dienst te Batavia, boekhouder en tweede scriba te Timor 1796, provisioneel opperhoofd te Timor 1798-1800, provisioneel onderkoopman ter algemene secretarie 1806-(1807), archivaris en collationist ter secretarie van de Hoge regering 28 maart 1809-(1810), verzocht vergunning tot verblijf in Batavia 10 jan. 1815, testeerde te Batavia (nots. A. Bussingh) op 27 jan. 1818, overl. Batavia 7 en begr. ald. (Tanahabang) 8 aug. 181899), tr. Ie Wilhelmina Catharina Wanjon, van Middelburg, overl. verm. Batavia en vóór 18 juni 1811, dr. van Timotheus Wanjon en Apollonia van Munster; tr. 2e Batavia 11 okt. 1812 Johanna Petronella Specht, geb. Batavia 31 dec. 1776 en geadopt. ald. 5 maart 1777, overl. Batavia 14 maart 1822, dr. van de vrije inlandse vrouw Cijma van Batavia en geadopt. door CarelHendrik Specht, burger en vice-president van schepenen te Batavia, en wed. van Johannes Adolph Ham. 
Gezin: Carel Gratus Greving / Johanna Petronella Specht (F1363171204)
 
37 "Genealogie Ottolander", B. de Keijzer, Kronieken 2000 Schalckensz, Jacob (I20612)
 
38 "Genealogie van de familie Rambaldo", P.A. Christiaans; De Indische Navorscher, 2005
geb0ren Bazaar Senen (Batavia) 
van Weelderen, Wilhelmina Antoinetta (I5656)
 
39 "Genealogie van het geslacht Hoogenboezem", W.A. van Rijn; CBG
ca oktober 1780 
Gezin: Marijnus Hoogenboezem / Pietertje Ariens Boer (F400)
 
40 "Genealogieën uit de Alblasserwaard 16e en 17e eeuw", J.E. Heijns
Op de stemlijst van 04-04-1662 in Graaflant: de weduwe Teunis Aertsz., met Leendert Aertsz. en Ocker Aertsz. 
NN (I20959)
 
41 "Genealogieën uit de Alblasserwaard 16e en 17e eeuw", J.E. Heijns Tuijtel, Huijbert Meertensz (I21235)
 
42 "Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden betreffende Europeanen op Java", deel 1, Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, 1934
102. Hier rust / Mevrouw J.M. Milar / Tobias geboren / den
10en Juni 1815 / overleden / den 12en Januari 1900 / weduwe
van W. Milar / majoor der Infanterie (38).
(Johanna Maria T. geb. Semarang, oud 85j. wede. Willem M., dr. van David T. en Susanna Heunauer ) . 
Tobias, Johanna Maria (I5229)
 
43 "Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden betreffende Europeanen op Java", deel 2, Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, 1935
noemt 02-01-1830 
Guldenaar, Willem Gerrit (I6609)
 
44 "Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden betreffende Europeanen op Java", deel 2, Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, 1935 Michil, Jokina Josepha (I26339)
 
45 "Gezinnen Langerak 17e en 18e eeuw", H. de Bruin; databank Ons Voorgeslacht
Jan Dirks, ovl. voor RA.20 f3 6-6-1600x, WK.1 19-12-1600x

Langerak, ORA, toeg 807, inv 20, fol 3, 06-06-1600, RA Dordrecht
Comp. op huijden date onderschreven voor schout ende schepenen inder Heerlicheijt Langeraeck aende zuijtzijde der Lecke. etc.
Henrick Cornelis won. in't Meerkerckschebrouck ende heeft wettelijcken getransporteert gecedeert opgedragen ende overgegeven.
Transporteerde cedeerde droech op ende gaff over mits desen mit hant halm ende mont ende met zulcken recht alst behoorde tot behoeff ende in handen van Griete Ninghens wed. van Jan Dirrick won. in deser Heerlicheijt Langeraeck voirss etc. 8 mrg 1 hont strekk. uijt de diepte der Lecke noortw. ende zuijdw. tot de halver oude lantscheijdinge van Goudriaan toe daer boven Pieter Aelberts ende beneden Thonis Cornelis de HEER elcks naestgeland zijn de hoofdsom 525,- die eene heer Cornelis 't Schoonhoven daer op sprekende heeft.
Ook beloeffde Ningen Jans ende Jan Jans van wegen Griete Ningens voirs hare moeder dat zij t'voorn lant houden zal in huijrrecht zonder bedroch etc.
Anthonis Adriaens van ABEEL, schout, Thonis Willems ende Jacob Aerts, schepenen.

Langerak, Weeskamer, toeg 809, inv 1, 19-12-1600, RA Dordrecht
Grietge Ningensdr, wed. van Jan Dirricks geass. met Thonis Adriaens van Abeel haer voocht in dese ter eenre, Claes Jans, Ninghen Jans, Dirrick Jansz, Jan Jans, Cornelis Jansz, Barent Jans en de voorn. Claes Jans als voocht van Merten Cornelis nagelaten zoon van Marij Jans out 12 jaar alle als kinderen en kinskind van Grietge Ningens geprocureert bij Jan Dirricks hun luiden vader van de 6 zonen (alle meerderjarig) en 1 dochter. Grietge blijft in het bezit van alle de goederen, landerijen en hofstede, wel uitkeren / 225,- per kind. Merten Cornelis blijft bij zijn grootmoeder, bij 18 jaar de /225,- (kantlijn heeft op 21-3-1615 ontvangen) 
Dircks, Jan (I13222)
 
46 "het doodgeboren kind van Levinus George Fransz" Fransz, N.N. (I25230)
 
47 "Het doopregister van de Maleise kerk te Batavia", P.A. Christiaans; Bronnenpublicaties IGV, dl 18, 2006
Het kind Frans Kepel, geboren 15 februari 1817, waarvan de moeder is de Palembangsche vrouw Sariepa, geadopteerd door Anthonij Kepel.
Getuigen: Frans Laupattij en Maria Willems. 
Kepel, Frans (I13436)
 
48 "Het Maaslandse geslacht (van) Sonnevelt", A. Sonneveld en J.S. Bontekoe; Ons Voorgeslacht 2002, nr. 539 Schim, Doe Jansz (I18626)
 
49 "Het Regt in Nederlandsch Indië", uitg.W. Bruining, Batavia, jg 1853, dl 8 Specht, Pieter (I13711)
 
50 "Krimpen a/d Lek, Weeskamerarchief, boedelinventarissen 1641-1809", B.Eikenboom; www.hogenda.nl
Staat en inventaris van de insolvente boedel ende goederen van zal. Jan Janse Helleman (= Tieleman)
Eerstelijck een huijs ende erve, staande binnen dese dorpe. Strekkende voor van de ....... af, tot de backwetering toe. Bel; t.o. Jan Herbertse c.s. ende t.w. Bouwen Senten. Een oude hooghaerde schuijt, met zeijl en sijn verdere toebehooren. Huijsraet en kleeding.
Aldus gedaan geinventariseert voor Bouwen Senten, vervangende Gerrit Janse Heemraden tot Crimpen op te Lecq, ten versoucke van Jacobus Breetvelt, als curateur ende op aangeven van Annetje Ockers, wed. van Jan Janse Helleman. Actum 12 maart 1683.
Ende laat een ijder mits dese bekent maken, als dat Jacobus Breetvelt, als gestelde curateur over de geabandonneerde boedel van de voorn. Jan Janse Helleman, int openbaer sal vercopen voorn. huijs, schuijt, huijsraet ende kleeding, op donderdag 25 maart 1683 toecomende voor de huijsinge van Claas van der Laan, Herbergier tot Crimpen voorn. 
Helleman, Jan Jansz (I21405)
 

      1 2 3 4 5 ... 559» Volgende»