Treffers 28,351 t/m 28,400 van 28,964
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 28351 | Soerabaijasch handelsblad 18-02-1930 https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011108770:mpeg21:a0023 | Gezin: Hendrik Anne Keijser / Sytske Agricola Pet (F1766224014)
|
| 28352 | Soerabaijasch Handelsblad 28-06-1937 | Micola von Fürstenrecht, Carla Antoinette (I25499)
|
| 28353 | Soerabaja, BS 1944, O, akte 103, LDS film 1357859, www.roosjeroos/nl | Tijl, Mauritska Wilhelmina Catharina (I30698)
|
| 28354 | Sprang-Capelle, Trouwen en begraven (gaarder) 1766-1805, DTB 26, SALHA 11-03-1790 Is dit de juiste Pieter?????? | Soethout, Peter (I16262)
|
| 28355 | Stadhouder en secretaris van Krimpen, collecteur van het Gemaal,afslager van zalm en steur. -Jacobus Breetvelt eiser contra Joost Gerritsz. wonende Krimpen aan de Lek, gedaagde. Eiser eist inscuptie (?), gedaagde is landpoorter van Dordt, overleg, brieven van afleiding. (ORA Krimpen aan de Lek 24 juni 1699). -Jacobus Breetveld, crediteur over de gabondeerde boedel van zaliger Hillegont Michiels, ook eiser 15-11-1696 (ORA Krimpen aan de Lek fo.108) -Jacobus Breetveld is afslager van de zalm, steur enz. transporteert; Krimpen aan de Lek 15-10-1693. Jacobus Breetveld, stadhouder Krimpen ad Lek 15-09-1684 -Jacobus Breetveld, substituut Schout en Catholina Specht komen voor in Rechterlijk Archief Kr ad Lek 224-04-1689; 15-01-1706, dl 36b | Breetveld, Jacob Pieters (I19406)
|
| 28356 | Stamboek ambtenaren 2.10.36.21_0007_0619.jpg http://proxy.handle.net/10648/da356389-9cdd-4da0-9f82-f84833385a03 | van Lingen, Junius Hermanus (I3405)
|
| 28357 | Stamlijst van onderofficieren en minderen van het Regiment Grenadiers te voet der Keizerlijke Garde te Amsterdam. 1810 juli 26 https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.01.15/invnr/81/file/NL-HaNA_2.01.15_81_0101 | Weghoff, Johannes Wilhelmus (I22799)
|
| 28358 | Stauwie genoemd in huwelijksakte zoon Albert | Stouwie, Johannes (I20229)
|
| 28359 | Stavenisse 11-01-1797?? pagina staat niet gekopieerd in familysearch | den Engelsman, Jacob (I16744)
|
| 28360 | Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië (SMGI); Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV); (1998): Interviewcollectie SMGI, interview 1261, KITLV. | Couwenberg, Johannes Marinus (I1194)
|
| 28361 | Stijntje Geerts, nalatende man en 2 kinderen https://www.allegroningers.nl/zoeken-op-naam/deeds/42eecf4f-9d12-5238-f983-86cb1bd31367 | Geerts, Stijntje (I1916)
|
| 28362 | Stond ook bekend als: Aofien oet 't Swarte Peert. | Mulder, Aafke Jans (I3768)
|
| 28363 | Streekarchief Midden Holland (Groenhartarchieven) bladzijde 181 gezin Jan Verzee (geh.; geb. 25-11-1822 te Bergambacht) (geh. met Mos, Alida van der) (nh) (komt 4-9-1852 uit Streefkerk; vertr. 27-6-1853 naar Streefkerk) Alida van der Mos (geh.; geb. 7-6-1830 te Streefkerk) (geh. met Verzee, Jan) (schippersknecht; nh) Cornelis Verzee (ongeh.; geb. 28-4-1850 te Streefkerk) (nh) (komt 4-9-1852 uit Streefkerk; vertr. 27-6-1853 naar Streefkerk) Teuntje Verzee (ongeh.; geb. 14-9-1851 te Streefkerk) (ov. 14-2-1853) (nh) Teuntje Verzee (ongeh.; geb. 29-5-1853 te L) (nh) adres 238 | Gezin: Jan Verzee / Alida van der Mast (F1165569716)
|
| 28364 | Streekarchief Rijnlands Midden Protocollen Alphen 1786-1790, inv 43, p 140v, datum 29-12-1789 Hendrik Riemers, wonende onder Alkemade, verkoopt aan Arij Teunisz Blanken, wonende te Gouda, een erf van de afgebroken buitenplaats "Schoonoord", met de gebouwen en het geboomte daar opstaande aan de Rijn onder Alphen, strekkend van de Rijn tot de Rijndijk of Hereweg, belend ten oosten Hendrik van Kleef, ten westen Willem Rijnsburger en Dirk Turkenburg, groot 553 roeden, nog de grond van de bijbehorende tuin, groot 3 morgen 123 roeden, strekkend van de Hereweg tot het land van Agatha Alewijn, douairiere De Smeth, belend ten zuiden de douairiere voornoemd, ten noorden Willem Rijnsburger. Koopsom 3.000 gulden. Protocollen Alphen 1799-1803, inv 46, p 150v, datum 17-09-1802 Arij Teunisz Blanken, wonende te Gouda, verkoopt aan Pieter de Smeth, ambachtsheer van Alphen, wonende te Amsterdam, de grond van de afgebroken buitenplaats "Schoonoord" met de gebouwen daarop staande aan de Rijn te Alphen, strekkend uit de Rijn tot de Rijndijk of Hereweg, belend ten oosten Hendrik van Kleef, ten westen Dirk Turkenburg. Nog de grond van de tuin die tot de buitenplaats behoorde, groot 3 morgen 129 roeden, strekkend voor uit de sloot over de Hereweg tot de landen van de koper, belend ten zuiden de koper, ten noorden Willem Rijnsburger. Koopsom 3.500 gulden. | Blanken, Arij Teunisz (I378)
|
| 28365 | Successierechten betr. nalatenschap Charlotte Bronte, | Westerkamp, Wilhelmus Jacobus (I24597)
|
| 28366 | Sumatra-bode 09-01-1917 https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:002102007:mpeg21:a00024 | Gezin: Wiebe Jacob Hanekuijk / Maria Antoinetta van der Hoorn (F1729518369)
|
| 28367 | Sumatra-bode 14-07-1930 https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:002129012:mpeg21:a00021 | Renesse van Duivenbode, Gijsbert Ulrich (I21917)
|
| 28368 | Sumatra-bode 19-11-1917 https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:002104087:mpeg21:a00024 | Hanekuijk, Alfred Emil (I34244)
|
| 28369 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Hanekuijk, Wilhelmina Antoinetta (I34246)
|
| 28370 | Sydney | Hanekuijk, Alfred Emil (I34244)
|
| 28371 | Symon Arentsz. is samen met zijn broer Engel in 1524 voogd over de kinderen van zijn broer Pieter Aerntsz. In 1543 borg voor zijn oomzegger Alijt Pieters. In 1545 voogd over de kinderen van Claes Aelbrechtsz. den Hartoech en wijlen Annetje Heynricksdr. Symon wordt 'naeste mage' genoemd, maar hoe hij verwant is, blijft onduidelijk. | Arentsz, Symon (I17701)
|
| 28372 | T | Gezin: Lenart Cornelisz Sterrenburgh / Grietge Pieters (F1683709078)
|
| 28373 | T. Oskam: "... heeft Hendrik ook nog een zoon Jan die een vervelende ruziezoeker, drinkebroer en vechtersbaas blijkt te zijn, met als gevolg, dat hij de zeventiende eeuw niet heeft meegemaakt." Slechts één maal wordt over Jan Hendriks geschreven en dat is in een akte voor het Hof van Utrecht. Hij blijkt te zijn overleden aan de gevolgen van een steekpartij die, als wij de advokaat van de dader moeten geloven, door hemzelf was uitgelokt. De dader Ningen Jans wordt hiervoor gestraft met levenslange verbanning uit de heerlijkheid Langerak en betaling van een hoge boete. Twee en een half jaar na deze gebeurtenis verzoekt de dader kwijtschelding van zijn zware staf. In het verzoekschrift aan het Hof van Utrecht vertelt de advokaat van de dader onder andere hoe het misdrijf was gepleegd. Het is daarbij niet ongebruikelijk om het slachtoffer af te schilderen als de echte 'slechterik', die het onheil over zichzelf heeft afgeroepen. De dader wordt dan beschreven als een goedmoedig persoon, die eigenlijk 'geen vlieg kwaad kan doen'. Als de familie van het slachtoffer zich niet tegen de kwijtschelding van de straf verzet, wordt die in een dergelijk geval dikwijls verleend. Ningen Jans belooft de verwanten van het slachtoffer schadeloos te stellen. Uiteraard zal hij ook een boete betalen en zullen de kosten voor het rechtsgeding voor zijn rekening komen. 'Die Staten van den lande van Utrecht doen te weeten allen jegenwoordigen ende toecommende, dat wij ontfangen hebben d'oetmoedige supplicatie van Ningen Jans gebooren tot Langerack. Inhoudende hoe dat hij suppliant alle zijn leeffdaech hem selven in alle stillicheijt ende gehoorsaemheijt onder zijn ouderen ende vrede onder zijn gebueren gedraegen hebbende, sulcx dat hij suppliant noijt zijn leeffdaech mit ijemant ter werelt twist gemaect off gehadt off daer voor geacht zijnde. Soe ist dienvolgende oick gebuert dat hij suppliant in julio anno XVc een ende tnegentich inden dorpe van Langeraeck mit zijn broeder Dierck Jans, Jan d'Best, Claes Rochus ende Claes Helmichs, Jan Cornelis ende Hubert Cornelis Vlaminck alle jonggesellen in Langerak vergeselschapt is geweest ten huijse van eene Wonnitgien, weduwe van wijlen Mathijs Sebastiaens, alwaer zij mitten anderen in alle eerlicke vruntschap ende vroelicheijt in twee parthijen een gelach gehouden hebben, sonder van eenich quaet te weeten. Ende alwast dat eenen Jan Henricx (wesende soe tschijnt een kijver ende twistsoecker) van den gelage niet en was. Soe is nochtans die selve droncken ende vol sijnde gecomen inde voors[chreven] herberge. Ende is aldaer tegens will van de weerdinne inden huijse ingestreecken ende heeft hem datelicken terstondt begeven in tvoors[chreven] geselschap, daer hij suppliant mede in alle vrede was vergadert ende mit twelck hij suppliant tot die tijt toe vrundelick vrolick geweest was ende wesende die voorschreven Jan Henricx alsulcx daer onder gecomen, heeft terstont qualick begonnen te spreecken. Seggende eerst tegens Claes Rochus een vant voorschreven geselschap: Wat doet ghij in ons gelach ende heeft mede voorts twist gemaeckt tegens Claes Helmichs, waermede hij harde kijvende woorden hebbende was tot vechten toe, ende sulcx heeft hij voorts tgeheele geselschap gestoort ende tselve geprovoceert ende de een voor ende dander nae gedreijcht ende qualick toegesproecken, seggende [...] ghij luijden sult noch genoch mit mij te doen hebben ende meer andere scheldige ende kijvelicke woorden. Sulcx dat die suppliant wesende een jonckman ende dese ondaft nijet wel konnende lyden ende verdraegen tegens den selven Jan Henricx seggende wat, ghij sit altijt en kijft ende alst te doen comt en hebt ghij geen handen. Twelck hoe wel den voornoemde Jan Henricx nijet veel en was te nae geseijt, heeft nochtans daerop voor antwoerde gegeven: "een hont en sal mij nijet bijten" ende heeft mitsdien mit een can ofte croes den selven suppliant datelicken nae zijn hooft geworpen, ende heeft voorts zijn mes tegens den suppliant vuijtgetoegen, ende zijn zijluijden aldaer inden gelage voorts over hoop gevallen. Ende eijntelick die voorschreven Jan Henricx vuijten huijse gelopen ende d' suppliant hem gevolcht wesende zijn voorts buijten den huijse miten anderen hantgemeen geworden. Sulcx dat die suppliant den selven Jan Henricx mit een brootmes een steecke gebrocht heeft daer aen hij etlicke tijt daernae gestorven is. Ter oirsaecke vant welcke die baillu van Langerak den suppliant in rechten heeft doen roepen, ende vermits hij suppliant nijet en dorst compareren, heeft jegens hem voorts [...] sententie verworven daerbij die suppliant vuijt die selve heerlicheijt van Langerak gebannen is ende gecondemneerd in de boete daer toe staende, dwelcke naderhant betaelt is geworden'. De advokaat merkt verder op dat Ningen Jans:'vuijt enckel jonckheijt tot het voorschreven ongeluck onnoselick is gecommen, sonder dertoe gesint geweest te zijn off meijninge gehadt te hebben. Daert toe bij den voornoemde Jan Henricx grotelicx geirriteert ende geprovoceert sijnde. Te meer soo deselve Jan Henricx hem eerst bevochten ende sulcx mit een can off croes nae zijn hooft geslaegen ende voorts mit een opsteecker geaggresseert heeft. Waerover dat oick die vrunden vanden selven Jan Henricx hem suppliant tselve hebben vergeven ende geremitteert'. De schout van Langerak, als vertegenwoordiger van het gerecht die de oorspronkelijke straf had opgelegd, Hendrick Dircks als vader van het slachtoffer, voor hem zelf en voor zijn beide andere zonen, Cornelis en Adriaan Hendriks, en Thonis Lenaerts, Philips Sebastiaens en Jan Engberts, als zwagers van het slachtoffer, worden gedagvaard om op 7 januari 1594 voor het Hof te verschijnen. Noch de schout, noch de 'vrunden' van het slachtoffer verschijnen en laten zich evenmin door een procureur vertegenwoordigen. Dezelfde personen worden weer gedagvaard op de tweede zitting op 28 januari te verschijnen. Zij blijven afwezig. Een dag na de derde zitting op 19 februari 1594 wordt de kwijtschelding van de straf verleend. 24,86 | Hendriks, Jan (I21350)
|
| 28374 | t/m adresboek 1932 | Milar, Gerrit Petrus Willem (I3650)
|
| 28375 | taalman (= voorzitter) der Gezworene Gemeente Groningen (=kiescollege) Wikipedia | van Bolhuis, Michiel (I523)
|
| 28376 | te 's Gravendeel | Couwenoort, Huibrecht Jaspers (I19619)
|
| 28377 | te 's Gravendeel | Huijsman, Jan Arijens (I19629)
|
| 28378 | te 's Gravendeel | van Proijen, Teunis Leendertsz (I15949)
|
| 28379 | te 's-Gravenhage (1539, 1540, 1542) | de Beauvoir, Jan Hendricksz (I16918)
|
| 28380 | te Ambal | Guldenaar, Willem Holst (I2089)
|
| 28381 | te Ambal | Guldenaar, Willem Holst (I2089)
|
| 28382 | te Amsterdam | Couwenberg, Marcus Adams (I1144)
|
| 28383 | te Andel | van Rijswijk, Otto Janse (I16051)
|
| 28384 | te Andel | van Rijswijk, Otto Janse (I16051)
|
| 28385 | te Andel | van Rijswijk, Otto Janse (I16051)
|
| 28386 | te Andel | Crielaard, Gijsbert (I15186)
|
| 28387 | te Batavia | Sersansie, Jan Hendrik (I14595)
|
| 28388 | te Beerta | Hillenius, Eltio (I13342)
|
| 28389 | te Beetsterzwaag | Bollaert, Nathan (I533)
|
| 28390 | te Bellingeweer | Jurjens, Jan (I2854)
|
| 28391 | te Bergen op Zoom | Bollaert (de Oude), Jacob Adamse (I532)
|
| 28392 | te Bergen op Zoom | Verhagen, Philippus (I5453)
|
| 28393 | te Blijham | Haselhoff, Lucas (I2230)
|
| 28394 | te Blijham | Haselhoff, Lucas (I2230)
|
| 28395 | te Bonthain | Milar, Willem (I3676)
|
| 28396 | te Delft | (van) Groenevelt, Arend Philipsz (I18611)
|
| 28397 | te Djombang | Mahieu, Herman Johan (I13431)
|
| 28398 | te Doornik (Tournay, Henegouwen) | Schlüter, Carolus Johannes (I12433)
|
| 28399 | te Emmikhoven | Buchner, Johannes (I15150)
|
| 28400 | te Ezinge | Feringa, Engbert (I1700)
|